Oogproblemen
Oogproblemen bij huisdieren komen erg veel voor en kunnen variëren van een lichte ontsteking door bijv. een zandkorreltje in het oog tot een oogtrauma wat resulteert in een oogbolverwijdering. De ogen vormen een belangrijk zintuig voor een dier en wanneer er eenmaal schade is aan de belangrijke onderdelen van het oog, is dat vaak niet meer te herstellen. Het is daarom van het grootste belang dat een oogafwijking correct wordt beoordeeld én behandeld. Om tot een juiste diagnose te komen is een oogheelkundig onderzoek van het grootste belang.
Het onderzoek
Er bestaan veel verschillende oogaandoeningen en verschillende aandoeningen vragen verschillende benaderingen. Het ene oogonderzoek is dan ook niet het andere oogonderzoek. Hieronder treft u een overzicht van zaken waar we naar kunnen kijken/welke we kunnen testen. Maar niet altijd zullen alle stappen noodzakelijk zijn.
Er zal altijd eerst vanaf een afstand gekeken worden naar de ogen om de symmetrie te beoordelen en de ogen met elkaar te kunnen vergelijken. Vervolgens zullen de oogleden aan buiten en binnenzijde beoordeeld worden. De volgende stap is de oogbol zelf: zijn er met het blote oog beschadigingen zichtbaar, is de vorm of structuur van het oog of de pupil afwijkend en zit het oog in normale positie in de oogkas?
Daarnaast kunnen de reflexen van het oog worden getest: de ooglidreflex (bij tikken in de ooghoek hoort het dier te knipperen), de dreigreflex (bij het naderen van een vinger hoort het dier zijn oog dicht te knijpen), de corneareflex (bij aanraken van het oog hoort het derde ooglid over het oog te schuiven) en de pupilreflex (de pupillen horen te verkleinen als er licht in wordt geschenen). De pupilreflex en dreigreflex geven ons informatie over het zicht van het dier. De ooglidreflex en corneareflex geven informatie over het functioneren van de bezenuwing.
Daarnaast kunnen we het hoornvlies beoordelen. Een zandkorreltje, een tak in het oog of een klap van een kat zijn slechts enkele voorbeelden van veelvoorkomende oorzaken van een beschadiging van het hoornvlies (cornea ulcus). Zo'n beschadiging kan soms zo diep zijn dat er een gat tot in het oog zit waarbij er in het oog een ontstekingsreactie optreedt. Om na te gaan of er een beschadiging is wordt er een fluoresceïne test uitgevoerd. Hierbij wordt een druppeltje kleurstof in het oog aangebracht. Normaal zal deze kleurstof van het hoornvlies afspoelen en zien we niks. Bij een beschadiging hecht de kleurstof zich daaraan vast, wat we zien als een groene vlek op het oog.
Tot slot kan de traanproductie een probleem zijn. Te weinig traanvocht leidt tot droge ogen wat erg vervelend is. Een te lage traanproductie kan een oorzaak zijn van oogproblemen maar het kan ook het gevolg zijn van een ander probleem. Om de traanproductie te meten kunnen we een Schirmer tear test uitvoeren. Daarbij wordt er een vloeipapiertje gedurende één minuut in de ooghoek gehouden. Het traanvocht trekt in het papiertje en na een minuut wordt de afstand waarover het papiertje verkleurd is gemeten. Dit moet minstens 13mm zijn bij een hond en 10mm bij een kat.
Wanneer er aanleiding toe is kan er nog besloten worden om een oogboldrukmeting uit te voeren of met een speciaal apparaatje in het oog zelf te gaan kijken om het netvlies te beoordelen.